Vocht in bouwmaterialen en bouwschadelijke zouten zijn verantwoordelijk
voor buiten proportionele schade in en aan gebouwen.
Naast de zichtbare schade (verf, pleisterlaag en metselwerk) is het vocht
ook verantwoordelijk voor verhoging van de energiekosten als gevolg van
warmteverlies. Inwatering en lekkage is bouwtechnisch gezien niet alleen
schadelijk, maar ook schadelijk voor de gezondheid en nadelig voor de
hygiene.
De meer dan tientallen jaren succesvolle praktijkervaring bij de curatieve
toepassingen komen tot uitdrukking in de technische aanbevelingen van
de WTA.
- Gevelinjectie ter bestrijding van optrekkend vocht
- Saneerputz systemen en de in de IBH omschreven aanbevelingen over afdichtingen
met cementgebonden afdichtingmortel.
Naast de bouwtechnische tekortkomingen, zoals lekke daken, schoorstenen,
dakgoten alsmede regen- en spatwaterbelasting boven het maaiveld, zijn
de volgende invloeden van belang:
- Optrekkend vocht: Vocht vanuit fundering of onder het maaiveld, wordt
via de capillairen opgenomen en nemen hierbij zouten mee naar hoger gelegen
geveldelen. Hier verdampt het water en de zouten blijven achter. Dit proces
herhaalt zich regelmatig. Door kristallisatie van de zouten ontstaat schade
aan de pleisterlaag en verf. - Bodemvocht en grondwater: Dringt in bouwdelen
beneden het maaiveld.
- Hygroscopisch vocht: Met hygroscopisch worden de eigenschappen van zouten
bedoeld, water uit de omgeving op te nemen en vast te houden.
- Condens: Ontstaat wanneer damp omgezet wordt in water, in of op de gevel.
